Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2010

We kregen een tijd terug een brief van een ongekend iemand, die ons vroeg wat het nut van vinger- en teennagels was. Na lang research was deze parabel het antwoord.

’t Nut van Vinger en Teen-Nagels

Georges had het gevoel dat hij onder de duim leefde van zijn vrouw Louis, en dat zinde hem niet. Toen hij er tijdens het avondeten iets over zei, antwoordde zij dat dat nu eenmaal de wet der natuur was. Dat vrouwen misschien wel doorheen het vrijgezellenleven minderwaardig zijn, maar dat zij uiteindelijk in hun natuurlijke biotoop dat het huwelijk toch wel is meer vingers in de pap te brokken hebben. Alle vingers.


Die nacht kon Georges de slaap niet vatten. Hij begreep er niets van. Misschien had Louis wel gelijk. Toen klonk er een zacht gekras onder het bed. Georges deed zijn nachtlichtje aan, en draaide zich ondersteboven, zodat zijn hoofd langs de rand bengelde. Daar, onder het bed, zat Casimir. Hun eerste ongeboren kind, dat ondertussen al weer 42 jaar oud was. Geen nageltjes aan zijn vingers, want die waren nog niet gevormd toen hij doodgeboren werd. Georges wuifde naar casimir, en Casimir wuifde terug met de vinnen tussen zijn vingers.

Maar, Casimir had toch geen nagels, bedacht George zich. Hoe kan hij dan zitten krassen? Achter Casimir dook plots Leopold op. De tweede. Ook ongeboren kind van George en Louis, maar al in een iets verder stadium van de embryonale fase. Toch had ook hij geen vinger of teennagels.

En tot slot had je Marian. De dochter. Wel geboren, en daarom onder het bed geschoven, want kinderen hadden ze nooit gewild. Zij was intussen 23, een ranke schone, met nagels die langer waren dan haar haren. Zij kraste op de vloer telkens zij zich voortbewoog, En af en toe verwondde ze haar beide broers.

“hoe schoon”, dacht Georges. Een gezin. Zijn fingerspitzengefühl zei hem dat ze ooit allemaal samen rond de tafel zouden zitten. Hij, zijn twee dode zonen en zijn mismaakte dochter. Vooral zijn dochter, die wrok tegenover haar moeder voor haar vader zou omzetten in fysiek geweld. Met nagels over het gezicht krassen van de mama. En Georges zou naar Louis kijken, hoe ze licht bloedend de aardappelen weer aan de kook zou brengen, en hij zou zeggen: “kijk, dat is nu het nut van vinger- en teennagels.”

Advertenties

Read Full Post »

Misschien zijn er ooit al dode momenten in uw leven geweest, waarop u zich dingen hebt afgevraagd. Dingen die te maken hebben met uw eigen leven, maar misschien ook iets breder dan dat. Levensbeschouwelijke vragen. Misschien stelde u zichzelf de vraag hoe het kwam dat u al die dode sterren toch nog kan zien, of hoe het komt dat de zeekoe geen zoute melk geeft. Hopelijk hebt u daar uiteindelijk een antwoord op gekregen, al was het dan één dat misschien niet aan uw wensen voldeed. Ik had onlangs zo’n probleem, waardoor ik van arrenmoede de slaap niet kon vatten. Het was iets dat mij ter ore kwam terwijl ik toevallig een gesprek opving tussen twee oude dames: purperen blos op de wangen, de geur van acacia tegen die van sanseveria. Het ene oude dametje zei tegen de ander: ach, ach, Prunia, het sop is de kool niet waard.

Dat bracht me aan het denken

Eerst hechtte ik er niet al te veel belang aan, maar al snel begon de vraag die zich sinds dat moment in mijn onderbewuste had genesteld, steeds harder als eiwit op te kloppen: Waarom was de kool het sop eigenlijk niet waard? Wat had de kool misdaan? En wat voor kool was het precies: groene, bloem-, rode of savooienkool? Deze vraag noopte mij tot onderzoek. Ik ging naar de lokale groentenboer en kocht een aantal kolen, van diverse pluimage, waarna ik zeepsop maakte, dat glinsterde als shampoo, dat het mij leek dat iedereen het waard was.

Het experiment

Toch stond ik voor dit experiment voor een aantal moeilijkheden, want hoe zou ik precies kunnen afleiden wanneer iets niet werkte, hoe bespeurde ik de vermeende inferioriteit van het groentenbestel? Ik legde mijn twijfels naast mij neer, en begon gewoon te soppen. Allereerst was er de bloemkool, die zodra het in aanraking kwam met het sopje begon te bloeien en een rozige geur verspreidde. Dit was het wel degelijk waard. Ook de rode kool viel al snel uit te sluiten. Het sop kleurde fuchsiarood en alleen voor dat effect leek de rode kool zijn bestaansrecht in het sop te garanderen. De effecten met de groene kool en savooikool waren iets teleurstellender. Op het eerste gezicht bleken ze beiden geen effect te hebben, wat zou betekenen dat het eigenlijk moest zijn: “het sop is de kolen niet waard.” En betekende dat dan niet dat ik ook niet-vegetatieve kolen zou moeten onderzoeken, zoals daar zijn steen- en bruinkool?

Ai, paniek!

Mijn onderzoek leek even in een kritieke fase. Ik zag voor me een toekomst waarin ik steeds weer opnieuw mijn gegevens zou moeten bijstellen. Wie zei bijvoorbeeld dat het sop wel het juiste sop was? Ik had vermoed dat het om zeepsop ging, maar voor hetzelfde geld was het woord een verbastering van soep, en ging het hier gewoon om ordinaire groentensoep. Dat bleek plots veel meer steek te houden, maar ik wilde dit onderzoek niet zomaar op de lange baan schuiven. En toen zag ik hoe de bladeren van de savooikool tijdens die minutenlange overpeinzing plots waren verlept, alsof het met pesticiden bestreken onkruid was. Die savooi was het sop duidelijk niet waard. Met een gerust gemoed ging ik de stad in, tot ik twee heren met bolhoeden hoorde zeggen: “Het is allemaal apekool”.

Read Full Post »

Dat was maar een gedachte, die ge hadt op een duistere zondag. Gij hebt de voorbije maanden geslapen, met naast uw hoofd ’n Trompe l’Oeuf, een Ei-lusie.

We zijn weer hier.
Eggcellent.

Read Full Post »