Feeds:
Berichten
Reacties

kat

Een beoordelingsfout zorgde voor heel wat opschudding afgelopen zaterdag in Sint-Antonius bij Zoersel. Inwoner Jürgen Knuddelmaus, die jarenlang bekend stond als de eigenaar van ‘s werelds grootste kater, is nu ontmaskerd als de kleinste man ooit. Op de foto is te zien hoe hij samen met zijn kat Frizée ‘een walske pleegt’ aan de deur voor zijn woning. Knuddelmaus houdt Frizée stevig vast, terwijl deze laatste met zijn vijfde, voetloze poot een gooi doet naar de perfecte arabesque. Van de staart van de donkere kater was geen spoor te bekennen.
“Men heeft mij nu verteld dat Frizée kleiner is dan de gemiddelde huiskat”, getuigde buurvrouw Claudia S. onthutst. “Mijn man en ik hebben een vreselijke oogziekte, ziet u, daarom hebben wij ook weinig contact met onze naaste omgeving. Toen wij Meneer Jürgen en Frizée voor de eerste keer vaag waarnamen, dachten wij dan ook direct dat we met een uniek wereldfenomeen te maken hadden.”
Talloze e-mails en telefoons naar een paar circussen en het recordboek van Guinness legden het misverstand bloot. Deurwaarders en controleurs konden een schaterlach niet bedwingen in het aanschijn van Knuddelmaus en zijn pluizige compagnon. Knuddelmaus zelf is duidelijk in de war: “Mijn Frizéeke, de grooste kat van de wereld? Dat is absurd! Goed, hij lijkt groot in vergelijking met mijn gedrongen postuur, maar ik kan u verzekeren dat het een zeer modale kater betreft, meneer. Hij werpt me wel geregeld in de lucht en probeert dan z’n snijtanden in m’n dijen te drijven, maar daar heb ik een zeer goede oplossing voor. Door mijn kortere stembanden kan ik namelijk ook zeer hoge noten zingen, die Frizée’s oren pijnlijk diep penetreren. Bij iedere opworp krijs ik het dus uit, hopend op een schrikreactie van zijnentwege. Mijn rug is echter kapot, van het herhaaldelijk vallen op massief parket.”.
Nu de gemoederen weer bedaren in Sint-Antonius, houden wij ons hart vast voor ’s werelds snelst vallende blad, ’s werelds natste druppel en ’s werelds kleurrijkste paraplu. Hieronder krijgt u nog een filmpje van Knüddelmaus op bezoek in Egypte.

Advertenties

Trompe L’oeuf presenteert je de aprilgrappen waarmee je je collega’s op kantoor zeker en vast beetneemt.

– Rijd een dier aan, een hond van de buurman die je anders toch maar wakker houdt, en wees er zeker van dat hij niet helemaal dood is. neem hem mee naar het bedrijf waar je werkt en verstop hem in de lade van een collega. Die schrikt zich rot als hij naar iets op zoek moet!

– Bel een koerierdienst ’s ochtends om te vragen of ze een pakket willen komen ophalen. Als ze arriveren, wijs je naar het kantoor van je baas en zeg je “neem die man daarbinnen maar mee.”

– Is er pas een collega overleden? Graaf hem ’s nachts op en zet ‘m weer op zijn stoel. De rest van je collega’s zullen nogal vreemd opkijken. Verstop eventueel een bandrecordertje in zijn lichaam dat de hele dag door praat.

– Verstop in de airco-regeling van je kantoor een lading verse schollen. Als iemand de geur opmerkt en zich afvraagt waar die vandaan komt, zeg je: “dat zullen wel aprilvissen zijn.”

– Zet één van je collega’s vaak zijn koptelefoon aan? Regel het volume zo dat het ellendig luid staat als hij iets opzet. Hou er wel rekening mee dat je onder de 90 Decibel zelden gehoorschade oploopt. Hoort hij het daarna voortdurend piepen, dan kan je zeggen: “je telefoon gaat”, ook al is dat niet het geval.

Je kan met het hele kantoor ook één welgekozen doelwit pesten. Kies daarbij vooral de meest naïeve persoon uit.

– Verkleed je allemaal in middeleeuwse klederdracht, en zorg dat je als lettertype op je pc ook allemaal ouderwetse miniaturen gebruikt. Als die ene collega in maatpak komt werken, kijk je vreemd op en zeg je: “jij rabauw, wat voor wezenlijk vreemden klederdracht zijt gij in gehuld, gij daar! Op de brandstapel!”. Je neemt hem gevangen en brengt hem voor ’n tribunaal van heksenjagers – die huur je best in – die hem dan veroordelen tot de brandstapel. Bind hem vast, en vlak voor je de houtstapel aan wil steken, roep je met zijn allen “1 april!”

– Kom allemaal in pyama werken, en zet de digitale klokken 12 uur vooruit, zodat 11.10 vb. 23.10u wordt. Komt die ene collega binnen, dan zeg je: “donker buiten he. Nachtwerk, daar moet je toch telkens weer aan wennen.” Die collega zal denken dat hij gefopt wordt voor 1 april, en zeggen dat hij iedereen wel doorheeft. Daarop laat je de baas binnenkomen, in enkel ’n slip (omdat hij zo altijd slaapt), waarop die zegt: “Awel, niet in Pyama??! Zo kan je toch niet werken man! Terug naar huis.” Als hij uiteindelijk terug naar huis gaat om zijn pyama te halen, en hij komt terug, kleedt iedereen zich om in kostuum en je plant een vergadering met aandeelhouders vlak nadat hij terug is. Ze zullen zich afvragen wat hij daar in pyama zit te doen!

Nog meer aprilvissen? Laat ze achter in de comments!

(*: maar loopt een paar decennia achter)

Marx en Engels lopen over straat te discussiëren over de staat, wanneer er plots een jongen naar hen roept en zegt: “wat zijn jullie een comisch duo!”

Daarop antwoordt Marx: “Neenee, het woord is communistisch.”

27-b-marx-en-engels-aan-de-alexanderplatz

Het pluizig plusteken

dwarreldwaalde voorbij het golfterrein

alwaar het rijke luiskind na een paar uur golfen uitgeput was

en besliste om dan maar te gaan surfen.

Daarna ging hij naar de dierentuin, maar die vond hij maar zo-zo.

PS: plusteken is het verkleinwoord van het woord pluste en heeft geen enkele relatie met de op exact dezelfde wijze geschreven wiskundige term, meestal uitgedrukt met volgend symbool: +. Het plusteken uit dit gedicht ziet er meer uit als dit symbool: *, dat officieel bekendstaat als de Asterisk, die dan weer verbasterd is naar het bijna, maar niet helemaal gelijknamige stripfiguur Asterix.

asterix01

Trompe?

Trompe-l’oeuf? zijt gij daar?

In de verte weerklinkt er een zacht gebrom.

Zijt gij dat Trompe?

Ik ben nog niet dood, vergeet mij niet. De oorlog met Oman was zwaarder dan gedacht. Waar zijn de geallieerden als je ze nodig hebt?

Een dagdoorsnee

Hij wordt wakker van het geblaat van de schapen die hij de nacht ervoor geteld heeft.

Hij zet hen weer waar ze horen en beseft dan dat hij 4 uur vroeger wakker is dan hij moet zijn.

Hij haalt de schapen weer uit hun stal, maar maant ze deze keer aan tot stilte zodra hij slaapt. De schapen knikken, want ze weten hoe moeilijk het is om in dit economisch klimaat werk te vinden.

Hij wordt vier uur later wakker van zijn radiowekker, die I don’t like mondays van the Boomtown Rats speelt.

Het is dinsdag, maar daar houdt hij ook niet zo van. Dinsdag is de dag die door iedereen geliefd is, maar voor hem is het gewoon opnieuw maandag.

Net als woensdag en donderdag maandag zijn. Vrijdag daarentegen is maandagvoormiddag, in een eindeloze loop van verveling en het gevoel dat hoewel het weekend vlakbij is, het eindeloos ver af is.

Hij staat op, poetst zijn tanden en vraagt zich al meteen af waar hij dit aan verdiend heeft.

Elke ochtend staat hij op, poetst hij zijn tanden en vraagt hij zich dat af.

Hij vertrekt naar zijn werk, rijdt onderweg een kat aan en weet dat als hij Christen was, zich nu al kon gaan voorbereiden op de hel.

Hij gelooft niet, al is hij er wel van overtuigd dat dit de hel is.

Hij moet plots heel erg hard remmen, want aan de kant van de weg ziet hij een hoogzwangere vrouw die op het punt staat te bevallen. Hij voelt zich geroepen haar te assisteren.

Na heel wat gekreun, gepuf en bloed heeft hij een kind in izjn handen. De voorbijgangers applaudiseren. Ze huldigen hem op het stadhuis.

Hij dagdroomt en komt aan op zijn werk.

Aan de koffiemachine staat die ene collega die het altijd over zichzelf heeft. Hij praat over auto’s en heeft een erg speciale manier van zich uitdrukken, van ge weet wel, van als ik zoiets, dan ja, want het is wel zo’n beetje.

Hij wou dat hij doof was.

Hij neemt plaats achter zijn computer, die niet opgestart lijkt, ook al heeft hij hem zeker opgezet voor hij koffie ging halen, waarna hij beseft dat dit betekent dat hij de technische dienst zal moeten bellen, die niet zullen geloven dat het niet werkt en hem minstens 20 minuten lang werkloos zullen laten zijn, waardoor collega’s en zijn baas zullen opmerken dat hij niets zit te doen, waarna ze ofwel naar hem toe komen om over auto’s te praten of hem terechtwijzen.

De technische dienst laat 30 minuten op zich wachten. De collega’s komen één voor één langs.

Ze praten niet alleen over auto’s, want er zijn ook vrouwen bij.

Die praten over baby’s.

Als zijn computer werkt, gaat hij aan de slag.

Hij typt wat documenten, hij print wat uit en hij versnippert het weer. Hij gaat op internet op zoek naar de nieuwste grapjes, waarmee hij welgeteld 5 seconden zal moeten lachen, waarna het lachen hem weer vergaat en de mop weer verdwijnt.

Hij leest iets over een roze dolfijn. Hij zegt: wauw.

Hij vergeet de roze dolfijn.

Het is lunchpauze en in de keuken zitten zijn collega’s de krant te lezen. Hij leest stiekem mee, maar ze lezen sneller dan hem.

Man ontkent dat…

Nieuw geneesmiddel tegen…

Anderlecht verliest van …

Hij supportert voor Anderlecht.

Zijn collega’s hebben de krant uit, en praten nu over de nieuwste dingen op tv.

Hij heeft geen televisie, en leest vooral.

Zijn collega’s kunnen niet lezen, denkt hij.

In de namiddag typt hij nog wat meer, print het uit en versnippert het.

Hij kijkt naar buiten en denkt dat hij graag die duif zou zijn die daar op hem afvliegt.

De duif vliegt met een verpletterende snelheid tegen het raam en valt dood naar beneden.

Niemand heeft het gezien.

Als het vijf uur is, neemt hij zijn jas en mompelt hij tot morgen.

Niemand heeft het gehoord.

Hij stapt in zijn wagen, komt terecht in een file omdat er ergens een zwangere vrouw op straat ligt te bevallen.

Hij stapt uit zijn wagen om te gaan kijken en ziet hoe zijn collega die altijd over auto’s praat gehuldigd wordt omdat hij net een kind ter wereld heeft gebracht.

Hij stapt weer in zijn wagen en dagdroomt dingen die hij liever niet luidop zegt, omdat het na een bepaald drama een tijdje terug niet wenselijk is om te dromen over het doden van baby’s.

Hij komt thuis, kijkt in de brievenbus en ziet hoe die gevuld is met post van zijn fascistische buurman.

Hij eet de overschot op van gisteren, dat toen al evenmin smaakte, en leest intussen die Fascistische Zeitung.

Hij gaat naar zijn boekenkast, leest wat in één van zijn favoriete boeken en valt in slaap in de zetel.

Hij wordt wakker om 12 uur ’s nachts en zegt dat het tijd is om te slapen.

Hij komt in zijn slaapkamer, ziet dat hij de schapen die ochtend vergeten buiten zetten is, en moet dus eerst nog een halfuur schapenstront ruimen.

Hij wil er ze met hun neus inwrijven, maar misschien leest er iemand van GAIA mee, en hij is al iets te ver gegaan met de dode baby.

Hij valt uiteindelijk in slaap en droomt zijn dag tot in de kleinste details na, buiten het feit dat hij gehuldigd wordt omdat hij een baby in de wereld heeft gebracht.

Lijntjespapier

In een reeks wetenschappelijke experimenten leren we hoe de werkelijkheid slechts een illusie is voor de echte werkelijkheid.

Wat hebben we nodig?

Voor dit experiment hebben we één blad papier nodig. Dat blad moet geruit zijn, handels- of vierkant. Zolang het maar blokjes zijn. Neem daarnaast een pen waarvan je weet dat ze goed schrijft op de dag waarop je dit experiment doet. Is het maandag, dan zorg je ervoor dat je een maandagpen neemt.

Wat doen we?

Zet je pen helemaal bovenaan het blad, bij het tiende ruitje als je van links naar rechts telt. Ga dan 10 vakjes naar beneden en trek een lijn tussen die twee punten. Tel wederom tien vakjes naar rechts en trek ook een lijn tussen die twee punten. Ga 10 vakjes naar boven, trek een lijn en sluit uiteindelijk de geometrische figuur door de twee punten bovenaan ook met elkaar te verbinden.

Wat stellen we vast?

Wie met handelsgeruit papier werkt, zal zien dat er een handelsruitje verschijnt in het groot, terwijl de mensen die papier met vierkante ruitjes gebruiken, een groot vierkant ruitje zullen krijgen!

Wat mogen we daaruit afleiden?

Het is onmogelijk om op een papier met lange ruitjes vierkante ruitjes te tekenen en omgekeerd. Dat impliceert ook dat je alleen cirkels kan tekenen op papieren met cirkelvormige vakjes, wat onmogelijk is, omdat vakjes altijd hoeken hebben. Het is dus onmogelijk om cirkels te tekenen. We doen dan ook beter geen moeite.

Maar ik zie toch duidelijk een cirkel als ik er één teken, dr. Trompe L’Oeuf!

Dat komt omdat je ogen je constant bedriegen. Zo denk je wellicht op die foto hier onderaan een man met een geweer in zijn mond te zien. Niets is minder waar. Je ziet eigenlijk een man met een banaan in zijn mond.

gun-in-mouth

shiabanana